De Windcentrale

Met Bill Clinton, ex president van de Verenigde Staten heeft de duurzame wereldburger er een medestander van formaat bij gekregen. In een interview op TV meldt Clinton dat retrofitting en ‘groene’ of duurzame energie de allereerste prioriteit zijn om de planeet te redden en het tij binnen de tegenvallende Amerikaanse economie te keren.

Retrofitting

Clinton is een fervent voorstander van ‘retrofitting’ ofwel bestaande gebouwen en infrastructuren voorzien van windturbines en zonnepanelen.

Retrofitting creeert banen en zorgt voor een langdurige productie van duurzame energie aldus Clinton. Banken zouden van Clinton een bedrag van 150 miljard dollar beschikbaar moeten stellen, met als grondslag een garantie van de Amerikaanse Overheid. Zo zou retrofitting resulteren in een duurzame industrie met meer dan 1 miljoen nieuwe banen.

De retrofitting campagne van Clinton is niet nieuw. Zoals u kunt zien op bovenstaande film die gemaakt is naar aanleiding van een lezing van Clinton bij de Universiteit van Missouri. Clinton’s verhaal is al jaren hetzelfde. Bestaande infrastructuren voorzien van windturbines en zonnepanelen en zo werkgelegenheid creeren.

Wind goedkoper dan kernenergie?

En zoals een goede spreker betaamt, voorziet Clinton zijn betoog van een aantal interessante statistieken. Zo stelt hij dat binnen een paar jaar windenergie minder kost dan kernenergie, en dat over vijf jaar hetzelfde geldt voor zonne-energie.

Uit een rapport van het Amerikaanse Ministerie van Energie blijkt dat in 2016 kernenergie uit een moderne centrale in de VS circa 114 dollar per MWh kost. Windenergie van een molen op land kost 97 dollar per MWh, maar op zee stijgt de prijs tot bijna 245 dollar per Mwh. zonne-energie is en blijft nog duurder.

Windmolens op het land of op zee?

En daarmee zijn we op een interessant punt aangeland. In tegenstelling tot de Amerikanen hebben we in Europa -en dan met name in Nederland- niet zoveel plaats meer over. Er wonen veel mensen in Nederland. De politiek heeft daarop gereageerd en maakt het plaatsen van windmolens in Nederland er nu niet bepaald eenvoudiger op. Wie in Nederland een windturbine wil plaatsen, die moet beschikken over een hele lange adem. Reken maar op een jaartje of acht, tenministe, als er geen bezwaren zijn. Zijn die er wel dan duurt het langer.

Hoe anders is de situatie bij onze Oosterburen in Duitsland. Wie bij Venlo de grens over rijdt ziet de ene na de andere windmolen aan de horizon verschijnen. Midden in het Ruhrgebied, een van de drukst bevolkte streken van Duitsland. Klaarblijkelijk weten de Duitsers al jarenlang dat Clinton gelijk heeft.

In Nederland is het beleid vooral gericht op de plaatsing van windmolens op zee. Niet zo interessant dus. Meer wind weliswaar, maar ook heel veel hogere installatie- en vervoerskosten. De sleutel tot verduurzaming zou dus wel eens voor een flink deel kunnen liggen bij de windmolens op land. Een beetje windmolen levert groene energie voor een kleine 2000 gezinnen. En het blijft raar dat Duitse windmolens aantoonbaar succesvol zijn en dat het in Nederland maar niet wil lukken met de plaatsing van windmolens.

Op de site van Windenergie.nl vindt u meer informatie over de toepassing van windmolens in Nederland.

Retrofitting, een term om te onthouden, want alhoewel Clinton er op sommige punten naast zit, is de kern van zijn verhaal wel degelijk interessant.

Minister Schultz Verhaegen

Er wordt door minister Schultz van Haegen een bedrag van vijf miljoen euro beschikbaar gesteld om de invoering van het rijden op waterstof te stimuleren. Deze aanmoedigingspremie is een van de maatregelen die Schultz lanceert om de ‘groene mobiliteit’ in Nederland te stimuleren.

De minister heeft de bijdrage bekend gemaakt bij de start van ‘Ecomobiel’ een beurs voor duurzame mobiliteit die gehouden wordt in Rotterdam. Over drie jaar komen de eerste auto’s op de markt die rijden op waterstof. Auto’s op waterstof zijn weliswaar erg duur in aanschaf, maar heel veel minder milieubelastend dan hun tegenhangers die fossiele brandstof gebruiken.

De minister kijkt niet alleen naar personenauto’s, maar nadrukkelijk ook naar vrachtwagens en bussen. Volgens Schults bevindt zich in het Botlekgebied en de industriële zone rondom de haven van Antwerpen een van de grootste Europese infrastructuren voor de productie van waterstof. Ook voor het transport van waterstof is al een infrastructuur aanwezig. Door de jarenlange ervaring bij het gebruik van waterstof in een industriële omgeving zijn volgens de minister ook de veiligheidsrisico’s te managen.

De distributie van waterstof is op dit moment nog een redelijk groot probleem. Er zijn in heel Nederland welgeteld twee plaatsen waar waterstof gekocht kan worden, en een daarvan is niet voor particulieren toegankelijk. Minister Schultz wil hierover op korte termijn afspraken gaan maken met regionale en plaatselijke overheden.

Het is goed dat deze minister haar nek uitsteekt. Rijden op waterstof is niet eenvoudig, maar wel heel erg goed voor het milieu. Waterstof zit niet in de grond, het moet gemaakt worden, maar als restproduct is er uitsluitend water. Er wordt bij het rijden op waterstof geen CO2 uitgestoten. Het grootste voordeel van waterstof is echter dat het bijna onuitputtelijk is. Je hebt wel energie nodig om het te produceren, maar eenmaal daar rijd je auto op water…en wie wil dat nu niet?

Eerder dit dit jaar liep in de Provincie Overijssel de actie ‘asbest van het dak en zonnepanelen erop’ . Tussen 1 mei en 1 juli konden vooral agrarische bedrijven zich aanmelden. Doel van deze grootste duurzame energieaktie van de Provincie Overijssel is de vermindering van asbest en tegelijkertijd een stimulering van duurzame energie.

En dat de actie succesvol is geweest blijkt uit de resultaten die inmiddels bekend gemaakt zijn. Er doen 115 bedrijven mee aan de actie. Zij krijgen samen een subsidie van 3,4 miljoen euro. Er wordt ruim 11 hectare aan asbest verwijderd (116.000 m2). En, zeker niet minder belangrijk, er worden 14.500 zonnepanelen geplaatst.

Eerder berichtten we al over een studie in de Provincie Flevoland naar de haalbaarheid van het vervangen van asbest door zonnepanelen. Misschien dat de beleidsmakers in Flevoland hun voordeel kunnen doen met de behaalde resultaten in de Provincie Overijssel.

Deze panelen gaan niet alleen ruim de helft van de energie leveren die de deelnemers zelf verbruiken (57%) maar houden ook nog eens 850 Overijsselse huishoudens qua electriciteit aan de praat.

En daarmee is deze actie een succes geworden. Keer op keer blijkt dat initiatieven van de lagere overheden zoals provincies en gemeenten waarbij het gebruik van duurzame energie wordt gestimuleerd worden overschreven en zeer succesvol zijn.

stroom goedkoop door zonnepanelen

De SDE+ regeling van minister Verhagen lijkt een succes te worden. Vanaf 1 juli kon er worden ingeschreven voor subsidies op duurzame energie. Amper drie werkdagen na het openstellen van de regeling is deze al overtekend. Nederlandse bedrijven (en consumenten) hebben voor ruim anderhalf miljard euro aan SDE+ subsidies aangevraagd. De pot is leeg.

Volgens het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie gaat het in totaal om ruim 600 projecten. Zij hadden binnen de oude SDE regeling meer subsidie gekregen, maar de minister maakte een eind aan deze regeling.

Veel aanvragen SDE+ zonenergie

Tot eenieders verbazing zijn er ook behoorlijk wat aanvragen voor de plaatsing van zonnepanelen binnen gekomen. Een van de meest gehoorde kritieken bij het vervangen van de SDE door de SDE+ regeling, was dat de relatief dure zonne-energie nu volledig buiten de boot zouden gaan vallen. Uit de geregistreerde aanvragen blijkt dat deze vrees ongegrond is geweest. Binnen de SDE+ regeling is er één grote subsidiepot. De aanvragers concurreren met elkaar. Onder de oude regeling waren er aparte potjes voor zon, wind en de overige duurzame energiebronnen.

De eerste tranche energie subsidie veiling

De SDE+ regeling werkt als een soort veiling. De subsidie wordt verstrekt in oplopende tranches. Wie afwacht zou meer subsidie krijgen. De verwachting was dat ‘duurdere zonnesystemen’ pas in de latere tranches aan de beurt zouden komen omdat ze minder rendabel zijn. Dit is niet het geval. Waarschijnlijk heeft het risico om achter het net te vissen zwaarder gewogen dan de wens naar een hogere SDE+ subsidie.

Heel veel Chinese zonnepanelen

Waarom zoveel zonneaanvragen? Kunnen deze systemen dan toch rendabel draaien met een lagere SDE+ subsidie? Nee. Maar een deel van het antwoord is markt gerelateerd. In China bestaat een enorme capaciteit voor de productie van zonnepanelen. Deze fabrieken draaien door en zorgen voor een overvloedig aanbod van panelen in Europa. Met dalende prijzen tot gevolg. Door deze prijsdaling is het sneller interessant om zonnepanelen te plaatsen. Een lagere SDE+ subsidie wordt door de markt gecompenseerd. Dat is niet erg. Het milieu vaart er wel bij.

Veel Zonneaanvragen bij SDE+ regeling

Veel Zonneaanvragen bij SDE+ regeling

 

Per 1 juli 2011 zijn de gemiddelde gasprijzen voor consumenten met 16% gestegen. En alhoewel zonnepanelen elektriciteit produceren en geen warmte, lijkt het erop dat Nederlanders in de gaten krijgen dat duurzaam investeren wel degelijk loont.

Zonneboilers zijn in een klap 16% rendabeler geworden. Het kan zijn dat de gasprijs in januari weer wat daalt, maar de prijs over de lange termijn stijgt onmiskenbaar gestaag door.

SDE+ niet voor kleine installaties

Met een subsidie van 4 cent per opgewekte kilowattuur  blijft de SDE+ aanzienlijk soberder dan de oude SDE regeling. Het is jammer dat hierdoor vooral consumenten zullen afhaken en géén of minder panelen gaan plaatsen. Wanneer veel mensen panelen plaatsen wordt daarmee het draagvlak in de maatschappij voor duurzaam opgewekte energie vergroot. De eigenaren van zonnepanelen gaan zich aanzienlijk milieubewuster gedragen en dat is extra winst. Ze praten over de opbrengsten en maken ook anderen in hun omgeving enthousiast voor zonne-energie en of een zonneboiler. En dat effect valt onder de nieuwe SDE+ regeling grotendeels weg.

En dat is een gemiste kans.

 

 

Diederik Samsom dient binnen 14 dagen een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer over de belasting die mensen moeten betalen over zelf opgewekte energie met zonnepanelen of windturbines. Over zelf opgewekte en geconsumeerde energie zou géén belasting meer moeten worden betaald.

Belasting betalen over thuis opgewekte stroom

Diederik Samsom voert vaak in de Tweede Kamer het woord over (duurzame) energie vraagstukken. Het wetsvoorstel van Samsom komt niet helemaal uit de lucht vallen. Wij maakten er reeds eerder melding van op deze website. Maar nu meldt het Dagblad Trouw dat het ervan gaat komen. Diederik Samsom stuurt zijn wetsvoorstel naar de kamer.

Diederik Samsom stuurt energievoorstel naar Tweede Kamer

Diederik Samsom stuurt wetsvoorstel naar Tweede Kamer

Nog even recapituleren. Wat is er nu anders dan anders aan het voorstel van Diederik Samsom? Wie thuis elektriciteit opwekt met zonnepanelen of een winturbine en die elektriciteit ook zelf verbruikt, die betaalt daarover geen belasting. Dat klinkt vrij logisch. Maar dat is niet altijd zo. Zoals duidelijk wordt uit het volgende voorbeeld.

Een bezitter van zonnepanelen heeft overdag nogal wat stroom over. De meter draait dan terug uit. Wanneer het donker wordt en de zon achter de horizon verdwijnt, dan keert het tij, de lampen gaan aan en de eerder die dag geleverde energie wordt weer afgenomen van het net. Door de draaischijfmeter worden het eerdere overschot en de latere vraag automatisch met elkaar verrekend. Deze producent betaalt geen belasting over de zelf opgewekte stroom.

Maar nu komt de netbeheerder en die hangt een nieuwe elektriciteitsmeter. De ferrarismeter (met draaischijf) wordt vervangen door een digitale variant. Die houdt verbruik en opbrengst apart bij. De volgende zonnige dag breekt aan. En hier ontstaat een probleem. De bezitter van zonnepanelen levert energie aan het net. De levering wordt keurig geregistreerd. Het wordt avond en de energie komt terug. Tegen de normale tarieven welteverstaan, inclusief energiebelasting en BTW. Wat overdag tegen een lage prijs wordt geleverd, moet ‘s avonds duur worden terug gekocht. En dat is een probleem.

Belasting betalen over elders opgewekte stroom

Maar het kan nog vreemder. Het voorstel van Diederik Samsom gaat vooral over stroom die met eigen middelen elders dus niet thuis wordt opgewekt. Weer een vergelijking. Wanneer u in uw eigen tuin een bloemkool kweekt en u eet die op, dan betaalt u over die bloemkool geen belasting, klinkt logisch niet? Wanneer u een volkstuin huurt achterin het dorp en u kweekt de bloemkool daar waarna u hem wederom zelf consumeert, betaalt u nog steeds geen belasting.

Diederik Samsom: geen belasting over ‘eigen stroom’

Het is Diederik Samsom een doorn in het oog dat mensen die elders (dus niet thuis) met eigen middelen elektriciteit opwekken, de opgewekte stroom niet kunnen verrekenen met de belasting en dus vol worden aangeslagen. Wanneer u elders zonne-energie wilt opwekken omdat de zon daar beter staat, of nog duidelijker wanneer u besluit om te investeren in een windmolen twee dorpen verderop. Dan zou hetvolgens Diederik Samsom zo moeten zijn, dat u over de daar opgewekte elektriciteit geen belasting betaalt, zo lang u die tenminste verrekend met uw verbruik thuis.  Het gaat dus vooral over het woord ‘elders’ . Daar zit hem het verschil.

Het is de vraag of Diederik Samsom en de PvdA met hun zelfleveringsmodel de andere partijen warm krijgen voor dit voorstel. Eenmaal aangenomen zou het kunnen resulteren in extra investeringen door particulieren in zon- en windenergie en dat is goed nieuws voor het milieu.

 

De Vlaamse minister van Energie Freya van den Bossche doet van zich spreken. Volgens Van den Bossche hebben de vlamingen met hun uitdrukkelijke keuze voor de stimulering van energie uit zonnepanelen een verkeerde keuze gemaakt en dient het beleid tenminste te worden bijgesteld.

En daarmee maakt Van den Bossche een opmerkelijke keuze. Ze breekt met het beleid van de afgelopen jaren. Van den Bossche is nog steeds een fel voorstander van de opwekking van groene energie maar wil andere keuzes gaan maken. Zo stelt de minister dat de opwekking van energie uit wind slechts een elfde deel kost van de kosten die gemaakt worden bij de kleinschalige opwek door zonnepanelen. Het beleid moet daarom worden bijgesteld.

Van den Bossche hekelt de verschillende toeslagen die in België betaald moeten worden voor de opwek van groene stroom. De opslag die gehanteerd wordt is afhankelijk van de opwek van groene stroom in de regio waar men woont. Zo betalen de Belgen in het ‘groene’ Waasmunster 148 euro per jaar, terwijl in Antwerpen ‘slechts’ eenderde van dat bedrag in rekening gebracht wordt.

Verder wordt Van den Bossche in toenemende mate geconfronteerd met ongewilde subsidielekken. Vermogende ondernemers hebben enorme zonneparken neergezet en strijken daarvoor enorme -door de overheid gegarandeerde- subsidies op tot in de lengte van dagen. Die subsidies kunnen oplopen tot 10-12 miljoen euro per jaar. Van den Bossche wil daar een eind aan maken, maar stelt niet hoe.

Daarnaast is het jammer dat de Vlaamse minister klaarblijkelijk industriële investeerders die grote parken oprichten over één kam scheert met de particulieren die tenminste uit deels ideële overwegingen 10-20 panelen op hun dak leggen om decentraal energie op te wekken. In een van haar laatste interviews stelt Van den Bossche dat zij degenen die ook terug leveren aan het energienet, extra wil laten betalen voor de gebruikmaking van het net.  En daarmee wordt de kleine particuliere producent hard geraakt.

Bij de nog steeds dalende kosten van zonnepanelen is het niet meer dan fair dat ook de goudgerande Belgische subsidiergels marktconform worden aangepast, lees verlaagd. Echter de kleine particulier meer laten betalen omdat hij/zij stroom teruglevert aan het net, is onwenselijk.

Het zou beter zijn om de producenten die gebruikmaken van kolencentrales en/of miljardenwinsten maken op kernenergie tenminste te verplichten een deel van de ‘groene’ productiekosten mee te betalen.

In België is over dit thema het laatste woord nog lang niet gesproken.

 

De limiet voor het terugleveren van elektriciteit is deze week door de eerste Kamer verhoogd van 3000 naar 5000 kWh per jaar. Dat is een stap in de goede richting, maar het kan nog beter.

Steeds meer Nederlanders wekken zelf (een deel van) hun energie zelf op. Meestal met zonnepanelen, soms met een windturbine. Ook bedrijven die duurzaam willen produceren wekken steeds vaker zelf elektriciteit op, meestal in een iets groter verband.

Bij mooi weer kan het zomaar voorkomen dat er meer elektriciteit geproduceerd wordt dan er voor eigen gebruik nodig is. Deze stroom vloeit terug het net in. Meestal kan die teruglevering gezien worden als een tijdelijke opslag van zelf opgewekte stroom. Later gaat de producent de stroom weer terughalen bij zijn leverancier (‘s nachts, of in de winter).

Er zijn in Nederland ook steeds meer neggies, dat zijn consumenten/bedrijven met een negatief energieverbruik. Zij wekken consequent jaarlijks meer stroom op dan ze verbruiken en na een jaar staat hun stroommeter dus altijd lager dan het jaar ervoor.

Wie in Nederland tot 3000 kWh per jaar terug leverde aan het net kon gewoon salderen, u kreeg dezelfde prijs voor de elektriciteit terug van uw leverancier als de prijs die u betaalde voor afname. Maar wanneer u meer elektriciteit terug leverde, dan werd u gezien als producent. En daarmee zakte de vergoeding over alle geleverde stroom en startte er een administratief proces met héél veel rompslomp, waar bijna niet doorheen te komen was.

Dit kromme systeem kost zoveel geld dat degenen die meer dan 3000 kWh produceerden weinig anders restte dan ‘affakkelen’. Zoveel stroom verbruiken dat de teruglevering beneden de 3000 kWh per jaar bleef. En dat is natuurlijk van de zotte.

De politiek heeft nu na lang aarzelen gereageerd. De limiet voor teruglevering is opgeschroefd naar 5000 kWh. En daarmee worden heel veel particuliere terugleveraars (ook de wat grotere) nu binnen de norm afgehandeld. Want 2000 kWh extra is voor een particuliere installatie heel wat.

Toch is ook 5000 kWh nog niet optimaal. Bedrijven die zelf energie opwekken, hebben meestal wat grotere installaties. in het weekend als die bedrijven dicht zijn schijnt de zon ook, en dan loopt de terugleverteller hard op. Voor deze bedrijven is 5000 kWh nog aan de krappe kant.

Energieleverancier Greenchoice wil dat de terugleverlimiet helemaal wordt afgeschaft. Afschaffing van de limiet zou volgens Greenchoice leiden tot een fikse stijging van het aantal terugleveraars. Ook bedrijven weten dan waar ze aan toe zijn en worden niet geconfronteerd met een hoop gedoe als ze teveel stroom produceren.

Het is zeer waarschijnlijk dat de slimme meterwet volgende week zonder noemenswaardige problemen zal worden aangenomen door de Eerste Kamer. En daarmee wordt de slimme meter in Nederland een feit, zij het op vrijwillige basis.

Nederlanders met zonnepanelen of een windturbine zijn over het algemeen niet blij met de slimme meter. Zij geven de voorkeur aan de ‘oude’ ferrarismeter, die gewoon terugdraait wanneer er meer elektriciteit wordt opgewekt, dan er wordt afgenomen.

Ook de bewakers van de privacy van de Nederlanders zijn niet onverdeeld gelukkig met de nieuwe meter. Deze meter kan op afstand uitgelezen worden en er zijn dus de nodige privacy obstakels die zouden kunnen optreden. Daar zal goed naar gekeken moeten worden.

Maar zoals al eerder gezegd, wie perse niet wil, hoeft niet om. De netbeheerders echter, die verantwoordelijk zijn voor de uitrol van de meters, hebben gezamenlijk een half miljoen slimme meters ingekocht. Zij willen de meters versneld gaan uitrollen.

Met de komst van de slimme meter verandert de energiemarkt. Wie de bezwaren terzijde zet, ziet ook een aantal interessante toepassingen. Softwarebedrijven zijn al bezig met het schrijven van programma’s die u straks in staat stellen om uw gebruik beter bij te houden. U heeft direct een beter inzicht in uw verbruik en de momenten waarop het verbruik plaatsvindt. En wie een beter inzicht krijgt in het verbruik, gaat daar meestal ook beter mee om. Met andere woorden, het elektriciteitsverbruik van de gebruiker zal door de komst van de slimme meter waarschijnlijk gaan dalen. Ook al verbruikt die meter zelf ook elektriciteit.

Het is ook interessant om te zien of de leveranciers (zoals bijvoorbeeld eerder Greenchoice en Eneco) zodra hun klanten slimme meters hebben producten gaan ontwikkelen waarmee hun klanten via internet hun verbruik realtime kunnen monitoren om zo het verbruik naar beneden te krijgen. Maar daar moeten we dus nog even op wachten.

In 2020 zou volgens het rijk de landbouw 20% minder energie moeten gebruiken dan nu. De provincie Utrecht wil deze doelstelling zo snel mogelijk realiseren en komt met concrete plannen. LTO-Noord, de provincie en de Agrarische natuur verenigingen hebben een convenant gesloten. Er is een Europese ondersteuning beschikbaar van 1 miljoen euro voor groene duurzame energieproductie.

Kleine ingreep, grote gevolgen

Energiescans op de agrarische bedrijven leerden dat er met kleine ingrepen al snel honderden tot duizenden euro’s bespaard kunnen worden. Daarnaast is er aandacht voor de nieuwbouw. Nieuwe stallen moeten gebouwd worden van duurzame materialen en kunnen ook energieneutraal zijn. De provincie Utrecht wil tien agrariërs ondersteunen die zo’n speciale energie-neutrale stal gaan zetten.

De één miljoen euro Europese subsidie kunnen worden gebruikt voor duurzame energieproductie op het agrarisch bedrijf zoals een mestvergister voor de productie van elektriciteit of gas. De provincie Utrecht wil garanties gaan afgeven voor de investeringen die met zo’n installatie gepaard gaan en heeft er een speciaal Garantiefonds Energie in het leven geroepen.

Er staan in de provincie Flevoland zo’n 500 boeren schuren met asbest daken. Asbest is gevaarlijk en de toepassing ervan is in Nederland al bijna 20 jaar verboden. De provincie Flevoland wil nu onderzoeken of eigenaren van deze daken willen overwegen om hun asbest daken te verwijderen en daarna zonnepanelen te plaatsen.

LTO-Noord schrijft deze week namens de provincie alle boeren in Flevoland aan met het verzoek een vragenlijst in te vullen en die binnen een week terug te sturen. De actie ‘Asbest eraf, zon erop’ wil zoveel mogelijk daken omzetten van asbest naar zon.

Er zijn op dit moment geen subsidiemogelijkheden in de provincie Flevoland. De provincie wil met de uitkomsten van het onderzoek gaan bekijken welke vervolgstappen genomen kunnen worden.

Het zijn deze vervolgstappen die het slagen van de actie zullen bepalen.Gedeputeerde Anne Bliek gaat met de gegevens aan de slag en meldt dat door ‘gezamenlijke inkoop’ aanzienlijke voordelen behaald kunnen worden.

Toch is dat op zich een beetje aan de magere kant. Voor gezamenlijke inkoop hebben de boeren de provincie helemaal niet nodig. Als GS van Flevoland vindt dat boeren moeten investeren in zonnepanelen en tegelijkertijd hun asbest opruimen, dan zal diezelfde provincie met een fatsoenlijk stimuleringspakket moeten komen, anders gaat het in de praktijk niet lukken.

Wordt vervolgd…