zonnepanelen

Greenchoice is een van de meest duurzame prijsvechters in energieland. Greenchoice levert groene stroom en gas tegen concurrerende prijzen. Het bedrijf is zoals de naam al doet vermoeden, groener dan de gemiddelde branchegenoot.

Greenchoice is ook populair bij de bezitters van zonnepanelen. Die krijgen bij Greenchoice, volgens eigen zeggen, het meeste geld voor hun zelf opgewekte zonne-energie.

Sinds kort heeft Greenchoice een pilot gestart die op zijn minst opmerkelijk is. In het Greenchoice Zonvast programma krijgen 500 klanten van Greenchoice ‘gratis’ 10 zonnepanelen op hun huis. Zij hoeven hiervoor niets te investeren. De enige tegenprestatie is dat deze klanten gedurende een periode van 20 jaar de stroom die ze zelf opwekken met de panelen van Greenchoice afnemen tegen een vooraf bepaalde prijs van 23 cent per KW inclusief alle belastingen.

En aangezien dat ook het meest gangbare tarief is  op dit moment, verandert er weinig voor degene die meedoet aan het zonvast programma. Stroom die wordt teruggeleverd aan het net wordt niet vergoed. Die dient volgens Greenchoice ter dekking van de kosten van het zonvast programma. Klanten kunnen ook overstappen naar een andere leverancier, mits ze de stroom van de panelen van Greenchoice gewoon af blijven rekenen gedurende de 20 jaar die daar voor staan. Na 20 jaar worden de panelen automatisch eigendom van de huiseigenaar die dan nog een aantal jaren de voordelen van gratis zonnestroom heeft.

De grote winnaar staat bij voorbaat al vast. Dat is het milieu. Er wordt bij 500 huizen 100% groene stroom geproduceerd. Die wordt rechtstreeks verbruikt door de opwekker, of vloeit terug naar Greenchoice. Maar groen is groen en dat is prima.

Greenchoice stelt dat in eerste instantie vaste klanten in aanmerking komen voor de pilot. Ze moeten wel aan een aantal voorwaarden voldoen om te kunnen deelnemen aan het zonvast programma. Er moet voldoende ruimte zijn, de ligging van de panelen ten opzichte van de zon moet goed zijn, en klanten moeten netjes op tijd betaald hebben in het verleden.

Er zitten misschien wel wat haken en ogen aan het Greenchoice zonvast programma, maar het is een zeer interessant initiatief, dat we voor u zullen blijven volgen.

 

Door de recente problemen in Japanse kerncentrales krijgt de duurzame energie in de media een enorme impuls. Veel mensen bekijken de energievoorziening vanuit een ander perspectief. Zo wordt al jaren gesteld dat kernenergie CO2 neutraal is, en dat het verreweg de goedkoopste manier is om energie op te wekken.

Het eerste is waar, het tweede niet, zo meldt nu ook de EU commissaris voor klimaatbeleid Connie Hedegaard. Een windmolenpark op zee zou wel eens goedkoper kunnen zijn dan energie uit een kerncentrale, zo stelde Hedegaard tijdens een bijeenkomst van de European Wind Energy Association (EWEA). De commissaris stelde dat een kerncentrale allesbehalve goedkoop is en dat de technologie voor een winmolenpark op zee niet duur is.

EU Commissaris Connie Hedegaard

Volgens Hedegaard staan er in Europa 143 kerncentrales. En die gaan nu echt niet allemaal verdwijnen. Maar door de recente ontwikkelingen zijn de uitgangspunten voor de maatschappelijke discussie over kernenergie wel in een volledig ander daglicht komen te staan. Als Europa en andere landen op zoek gaan naar nieuwe capaciteit, wordt de discussie daarover sterk beïnvloed door de gebeurtenissen in Fukushima.

Hedegaard stelt ook dat de Europese landen autonoom hun beslissingen kunnen nemen over hun eigen energievoorziening. Mits ze voldoen aan de doelstellingen die Europa hen oplegt. Eenvijfde van de energie uit hernieuwbare bronnen in 2020 en een reductie van de uitstoot van broeikasgassen van 20%.

Er zijn bij onze zuiderburen meer dan 100 nieuwe windturbines geplaatst in 2010. De totale capaciteit van de Belgische windmolens is daarmee in 2010 gestegen tot 901 MW. Daarmee kunnen ruim 625.000 huishoudens van elektriciteit worden voorzien.

De cijfers zijn eerder deze week bekend gemaakt door de Vlaamse Organisatie voor Duurzame Energie (ODE) en haar Wallonische tegenhanger de Energie d’Origine Renouvelable et Alternative (EDORA).  De Vlamingen blijven trouwens een beetje achter als het op windenergie aankomt. De groei zat voornamelijk in de plaatsing van nieuwe windmolens in Wallonië en op zee.

Windenergie is nu goed voor 2,5% van de energiebehoefte van de Belgen. Tegen 2020 wil men 15% met windturbines opwekken en tegen met midden van de eeuw de helft van de benodigde energie. Specialisten melden dat dit realistische doelstellingen zijn.

Op 23 maart wordt het startschot gegeven voor een campagne ‘Energiebesparen voor senioren’ tijdens een bijeenkomst in de Nieuw Jeruzalemkerk in Emmeloord.  Weerman Peter Tomofeeff gaat met de bezoekers aan de slag, brengt ludieke weerinformatie en leidt de energiequiz.

Uit onderzoek blijkt dat senioren relatief veel energie verbruiken. Dat slecht nieuws voor hun portemonnee, want energie wordt steeds duurder. Maar het is ook niet goed voor het milieu. Senioren hebben niet meer apparatuur die ze gebruiken, maar ze zijn vaker en langer thuis en zetten de verwarming hoger.

Met wat simpele ingrepen en aanpassingen kan per huishouden al snel 150 tot 200 euro per jaar worden bespaard aan kosten. De Anbo vindt het tijd voor actie en heeft een aantal energievoorlichters opgeleid die de boodschap gaan uitdragen.

De voorlichters gaan van start bij de senioren met een quiz over energie of een bingo met als thema milieu. Doel is een leuke middag aan te bieden en het bewustzijn op het gebied van energieverbruik bij senioren te vergroten. Na de eerste activiteit krijgen de senioren aan de hand van voorbeelden en een energiebox met besparingsprodukten een hele reeks tips over de manier waarop zij energie kunnen besparen zonder al te grote investeringen en zonder aan comfort in te leveren.

Uit onderzoek is gebleken dat senioren zich gemakkelijker laten overtuigen door leeftijdsgenoten dan door ‘verkopers’of adviseurs die aanzienlijk jonger zijn dan zij. ANBO komt ook met een speciale website voor senioren met een energie-vergelijker.

zonnepanelen

Het produceren van zonnepanelen kost nogal wat tijd en dat vertaalt zich in een hogere productieprijs. Daarin kan verandering komen als de industrie een alternatieve productiemethode gaat toepassen die ontwikkeld is op de Technische Universiteit in Delft door onderzoeker Michael Wank.

Met de methode Wank kunnen de amorf panelen tienmaal zo snel geproduceerd worden dan nu het geval is. De productieprijs zal daardoor waarschijnlijk aanzienlijk gaan dalen.

Amorf silicium panelen hebben een lager rendement (7%) dan kristallijn silicium panelen, maar zijn concurrerender in prijs, door de vinding van Wank wordt dat prijsverschil nu nog groter.

Het zal waarschijnlijk wel geruime tijd duren voordat u de panelen die volgens deze nieuwe methode geproduceerd zijn in de winkel kunt kopen. Volgens insiders kan het aanpassen van de productie jaren gaan duren.

Specialisten verwachten dat de prijs van zonnepanelen door verbeterde productiemethoden en een toenemende vraag gestaag zal blijven dalen. En dat is goed nieuws.

Afgelopen vrijdag werden de Japanners geconfronteerd met de grootste natuurramp uit hun geschiedenis. Een aardbeving en de daarop volgende vloedgolf hebben aan velen het leven gekost. Verschrikkelijk om te zien hoe in de omgeving van Sendai complete dorpen door het water zijn weggevaagd.

Ook is duidelijk geworden dat kerncentrales, hoe veilig dan ook, een enorm risico vormen voor de volksgezondheid. Japan heeft 18 kerncentrales die in ruim eenderde van de elektriciteitsbehoefte van het land voorzien. Bij calamiteiten sluiten de centrales zichzelf af. De Japanse kerncentrales behoren tot de veiligste in de wereld. De Japanners zijn daarnaast buitengewoon goed georganiseerd en beschikken over goed uitgewerkte calamiteitenplannen waar ze zich ook aan houden.

De grootst mogelijke bedreiging voor de Japanners vormen de problemen in de kernreactoren van de kerncentrales in Fukushima. Er wordt gevreesd voor een meltdown. Er zijn serieuze problemen met de koeling van de reactorkamer en honderdduizenden Japanners zijn geëvacueerd. Bij zo’n meltdown zijn de gevolgen verstrekkend.

Atoomenergie is schoon, CO2 neutraal en goedkoop. Maar zoals nu blijkt ook levensgevaarlijk, ondanks de maatregelen en noodprocdures die in werking zijn getreden. Er is maar één relatief veilige kerncentrale en dat is de zon.

Het is nu niet het moment om belerend een vinger op te steken. De Japanners hebben al problemen genoeg en hebben dit niet verdiend. Maar misschien is het bij alle ellende wel een goed moment voor zelfreflectie bij al die politici in Nederland die vinden dat een volgende kerncentrale in Nederland er best nog bij kan. En dat atoomstroom relatief veilig is. Misschien toch nog maar eens even herbezinnen.

Frankrijk is een flinke speler op de markt van zonnepanelen. Met een totaal geïnstalleerd vermogen van 1,02 GW (bron Solarserver) komt Frankrijk wereldwijd op de zevende plaats van landen met zonnepanelen. De PV-capaciteit per inwoner in Frankrijk is nu ongeveer tweemaal zo hoog als de aanwezige PV-capaciteit per inwoner in de Verenigde Staten.

De regering is ambitieus, er is een doelstelling geformuleerd van een groei van 500MW per jaar. Dit target geldt de komende jaren en wordt medio 2012 geëvalueerd. Na Duitsland (doelstelling 3,5GW per jaar) behoren de Fransen hiermee tot de grootgebruikers van zonne-energie.

De Franse regering heeft eind februari een aantal maatregelen aangekondigd. Het minst populair is de voorgestelde daling van het feed-in tarief voor bezitters van zonnepanelen. Er gaat circa 20% van de opbrengst af. Er resteert dan nog ruim 46 cent, tenminste als de installatie kleiner is dan 9kW. Wie meer opwekt krijgt aanzienlijk minder namelijk 12 cent per kW.

Echt grote solarinstallaties (boven de 100 kW) moeten voortaan worden aangeschaft via een openbare aanbesteding. Tenminste als men in aanmerking wil komen voor subsidie

 

Er zijn mensen die wel houden van een beetje spartaans kamperen. Niet met een grote luxe caravan, maar gewoon met een tent. Vervoer bij voorkeur via de fiets. Deze natuurkampeerders leggen al fietsend enorme afstanden af en pendelen vaak via een vooraf bepaalde route van camping naar camping. Wanneer er geen camping is, dan wordt de tent gewoon onderweg opgezet, meestal op een plek met een spectaculair uitzicht.

Nu is het erg moeilijk om elektriciteit helemaal uit te bannen als je gaat kamperen. Bijna iedereen heeft een GSM toestel bij dat moet worden opgeladen, dat geldt ook voor de zaklamp, het scheerapparaat en eventuele andere elektrische apparatuur. En de GSM opladen in de scheerstekker van het toiletgebouw op de camping is vaak niet zo handig.

Is er dan een alternatief buiten de kleine draagbare zonnepanelen die kampeerders kunnen gebruiken, die vaak te traag laden? Jazeker? er zijn inmiddels tentdoeken met ingebouwde lichtgewicht zonnepanelen die als de tent staat energie produceren. De tentdoeken met ‘flexibele PV’ panelen zorgen ervoor dat elektriciteit in eigen beheer kan worden opgewekt.

De zonnetent heeft ook de aandacht getrokken van het Amerikaanse leger. Soldaten onderweg hebben elektriciteit nodig. Er worden diverse modellen getest, die in grootte en stroomopbrengst variëren van 200 tot 3000 Watt. de militairen lijken enthousiast. Het is waarschijnlijk een kwestie van tijd voordat deze technieken zijn uitontwikkeld en we in de natuur tenten tegen komen die in hun eigen elektriciteitsbehoefte voorzien. Waarmee groen kamperen nog een beetje groener is geworden.

 

De ondergrondse windmolen van Jack Hage

Jack Hage houdt zich al geruime tijd bezig met groene energie. De innovator uit Putten kwam begin 2010 met een concept voor een windmolen die voor 95% ondergronds is geplaatst. Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar is wel een nadere bestudering waard.

Turboventilatoren die door de bovengrondse wind gaan draaien, zijn via een pijp verbonden met een ondergrondse ruimte. Daar wordt dus aan de ene zijde lucht uit gezogen. Die lucht wordt aangevuld door een grote opening aan de andere zijde van de ruimte. Hierdoor vindt in de ondergrondse kamer een fikse luchtverplaatsing plaats. Midden in deze lucht doe verplaatst wordt, bevindt zich een grotere ventilator die gaat draaien en op zijn beurt weer een turbine aandrijft die elektriciteit genereert.

De ondergrondse windmolen van Jack HageHet concept wordt uitgelegd op nevenstaande afbeelding, maar wie de 3D-impressie bekijkt die Hage liet maken voor zijn concept, begrijpt nog beter hoe het concept in de praktijk zou kunnen werken.

In een tijd waarin overal de plaatsing van windmolens tot heftige protesten leidt van voornamelijk de omwonenden, zou het niet verkeerd zijn om het concept van de ondergrondse windmolen van Jack Hage eens aan een aantal fikse testen te onderwerpen. De molen van Hage is namelijk niet landschapsvervuilend.

 

Hage timmert al jaren aan de weg. Hij heeft al diverse -voornamelijk groene- ideeën gelanceerd. De ondergrondse ventilator is nu toe aan een volgende fase. Ingenieursbureau Trinergy en het Veluws Centrum voor Technologie (VCT) in Nunspeet zijn begonnen aan een haalbaarheidsonderzoek van de ondergrondse windmolen.

Jack Hage kan op dit moment niet anders dan wachten op de conclusies van het haalbaarheidsonderzoek. Wij houden u op de hoogte.

 

Houtkachels zijn de laatste jaren bezig aan een gestage opmars. Wie de mogelijkheid heeft om een kachel te plaatsen en hout te stoken, is doorgaans iets goedkoper en heel wat duurzamer bezig dan degene die gas stookt. Hout stoken is namelijk CO2 neutraal.

Nog mooier wordt het als in plaats van gekapt hout, afvalhout verwerkt wordt, dat normaal niet verbrand wordt. Hoe meer hout CO2 neutraal verbrand wordt, hoe lager de belasting voor het milieu. Wie zich verdiept in het stoken van hout komt ongetwijfeld ook tijdens de zoektocht kachels tegen die gestookt worden met houtpellets.

Houtpellets zijn kleine geperste brokken van afvalhout, op een afstandje zien ze eruit als diervoeder. Maar dat is natuurlijk schijn. De houtpellets worden meestal met een vijzeltje automatisch in de kachel ingebracht. Ze vallen in de verbrandingskamer van de kachel, die meestal véél kleiner is dan die van een open haard. Daar wordt eventueel ook nog de luchttoevoer geregeld. En zo ontstaat een optimale verbranding met nagenoeg géén restafval.

Een goede pelletkachel haalt dus héél erg veel rendement uit het hout dat u erin stopt. Relatief kleine pelletkachels kunnen daardoor vaak met gemak grote ruimtes verwarmen. In het buitenland worden al sinds jaar en dag vollop pellets gestookt, met name in Scandinavië, waar het koud is, en afvalhout ruimschoots voorhanden is.

Maar ook in Nederland gaat het de goede kant op. Woningstichting Patrimonium in Veenendaal neemt een dezer dagen na een test van twee jaar een tweede pelletkachel in gebruik voor de verwarming van 150 appartementen. Met de eerste ketel die de stichting twee jaar geleden aanschafte worden 75 appartementen verwarmd.

De pellets worden eens per maand opgeslagen en volautomatisch verwerkt vanuit de ondergrondse opslag. Het is het eerste grootschalige houtpellet project in Nederland.

Patrimonium heeft een voortrekkersrol en werkt actief mee aan de voorlichting voor andere geïnteresseerde coöperaties en woningbezitters. Een goed initiatief. Het lijkt een kwestie van tijd voordat de pelletkachel in Nederland aan populariteit gaat winnen.